Inleiding.
In dit tweede artikel van leren tekenen en schetsen met WJDesign gaan we verder met de beginners oefeningen. De rechte lijn en de c-curve van het vorig artikel komen terug, als je mee oefent kan het handig zijn om het eerste artikel nog even te bekijken. Mocht je dat al niet gedaan hebben.
In dit artikel bespreken we de volgende oefeningen;
– het vinden van het midden.
– het maken van een rechthoek.
– het maken van een vierkant.
– het maken van een driehoek.
– het maken van een ellips.
Dit is een artikel in mijn serie over tekenen en schetsen, zie hier het inleidende artikel.
Praktische informatie.
Maar voor we gaan oefenen eerst nog even een klein stukje praktische informatie. Omdat we nu bezig gaan met lijnen die elkaar kruisen kan het zijn dat het lastig is om de precieze punten te raken met het trekken van een lijn. Mocht dit zo zijn dan is er niks mis om de lijnen door te trekken en daarna met een gum het overschoten stuk weg te halen. Of te laten zoals het is, het gaat er immers in eerste plaats om de vormen te maken.
En zoals ik in het vorige deel al aangaf, het aantal keer dat je de oefening doet ligt helemaal aan jouw omstandigheden. Heb je het snel onder de knie? Dan is minder vaak prima. En er is ook niks mis met vaker moeten oefenen, iedereen leert op hun eigen tempo. Wel is het aan te raden in ieder geval een aantal sets per dag te doen zodat het bijna vanzelf gaat.
Oké, tijd om potlood en papier te pakken. We gaan beginnen!
De oefeningen.
De volgende oefeningen zijn het vervolg van de vorige set. Ook hier geldt dat ze simpel lijken maar de som is groter dan de delen.
Het vinden van het midden.
Het vinden van het midden kan met een rechte lijn en een schuine lijn. Als je het midden van een rechte lijn bepaald hebt zet je een tweede lijn op dat middelpunt.


Blijf dit doen met een steeds kleinere lijn op het middelpunt van de vorige lijn. Zoals in het vorige voorbeeld aan de rechter kant te zien is.
Ditzelfde principe werkt bij een kromme c-curve.


Bij het tweede voorbeeld heb ik beide kanten van de c curve gebruikt om een nieuwe c curve aan de middellijn te bevestigen. Het idee is hetzelfde, probeer het midden te vinden.
De reden voor deze oefening is dat het bepalen van het midden van een lijn helpt bij het maken van complexere vormen. Het is gemakkelijker om symmetrie aan te houden/brengen en je houdt beter overzicht.
Het maken van een rechthoek.
Een rechthoek maak je door middel van rechte lijnen te kruisen. Een rechthoek heeft oneven lengtes in de lengte en breedte. Het is langer dan het breed is. Persoonlijk vind ik het fijn om de lijnen door te trekken en later weg te gummen. Het volgende voorbeeld heeft de lijnen er nog op staan.

Het is uiteraard geen probleem om het papier te draaien als je de rechte lijnen op een bepaalde manier hebt aangeleerd. De echte oefening is om het rechthoek op zoveel mogelijk verschillende posities te tekenen. En als je overschiet met je lijnen dan kan je die gewoon uitgummen. Oefenen dus.
Het maken van een vierkant.
Het vierkant heeft vier gelijke hoeken en vergt meer planning en zorgvuldigheid dan de rechthoek (dat is voor mij in ieder geval het geval
Probeer het vierkant net als de rechthoek op zoveel mogelijk posities te tekenen. Het hoeft niet perfect te zijn maar zorg er in ieder geval voor dat het meer op een vierkant dan op een rechthoek lijkt. Als je een perfecte vorm wit dan kan je altijd een liniaal pakken.
Het maken van een driehoek.
Een driehoek heeft drie zijden. Laten we beginnen met drie gelijke zijden.

Ook hier is planning het belangrijkste onderdeel sinds de zijden (ongeveer) gelijk moeten zijn.
En ook hier; zet ze op zoveel mogelijk verschillende posities.
Dan de ongelijke driehoek, met een kleinere kant en twee langere kruisende lijnen.

Deze vorm heeft een iets grotere foutmarge dan z’n tegenhanger. Zeker als je de lijnen doortrekt. Teken ook deze op zoveel mogelijke posities.
Het maken van een ellips.
Met een ellips bedoel ik de vorm in het volgende voorbeeld. (Ik zou persoonlijk het voorbeeld nodig hebben gehad, vandaar. Je kent de term misschien al).

Een ellips maak ik door met m’n pols een draaiende beweging te maken in de vorm van een ellips. Dus in een schuine cirkel. Kwestie van even uitproberen.

Zodra je de vorm te pakken hebt is de oefening om een ellips in veel verschillende hoeken te maken. Zodat je met een halve cirkel alle hoeken hebt gehad.
Vul eens een pagina, of twee. Zolang je er vooral maar lol in houdt.
Slot.
En daarmee zijn we eerst aan het einde gekomen van de oefeningen die ik wil bespreken. Ik kan zo nog een aantal delen schrijven met wat stukjes theorie en verdere oefeningen maar ik denk dat deze oefeningen al een grote stap voorwaarts zijn zodra je ze onder de knie hebt. Een derde deel is in de maak dus die komt er zeker. Waarschijnlijk zal dat ook niet meteen het laatste deel worden. Maar dat moet ik nog even bepalen.
Ik hoop dat je het leuk vond om dit artikel te lezen en misschien heb je er zelfs wat van opgestoken. Bedankt voor het lezen van mijn blog en misschien wel tot zien bij het derde deel!
